Op het Podium: Zuid-Duitse Renaissance Turmchen-Uhr uit 1575

Elke restaurator in het Restauratoren Register heeft wel een favoriete restauratie. Bij de registratie en soms in de rubriek ‘Op het Podium’ komen ze aan bod. Bij Joost Jongerius, restaurator van klokken en barometers, is het een bijzondere Duitse klok uit 1575, die in de loop der eeuwen een deel van het oorspronkelijke aangezicht en mechaniek was kwijtgeraakt. Na veel uitzoekwerk en een restauratie van ruim een jaar, ging de Turmchen-Uhr terug naar de situatie uit 1575.

“Om een klok te restaureren moet je heel goed kunnen onderzoeken, puzzelen en rekenen. Soms kan dat langer duren dan de restauratie zelf”, aldus Joost Jongerius, die vanuit het Brabantse Wagenberg al meer dan 30 jaar klokken, uurwerken en barometers restaureert. Inmiddels doet hij dat met twee collega’s. “Je moet het zo zien: in de vier eeuwen na 1575 zijn er misschien wel 20 klokkenmakers en evenzoveel hobbyisten met zo’n klok bezig geweest. Sommigen met veel precisie, anderen met minder liefde. Onderdelen die na een modificatie overbodig waren, werden er uitgehaald en die verdwenen vervolgens.”

De Turmchen-Uhr – of torentjesklok – is een type rijk gedecoreerde tafelklok, die zijn oorsprong vindt in Duitsland in het midden van de 16e eeuw. Het zijn klokken met een architectonische kast van verguld en gegraveerd messing, soms met bewegende automaten en een draaiende carrousel onder de koepel. Een particuliere eigenaar meldde zich bij Jongerius met de vraag de klok te onderzoeken. “Die onderzoeksfase duurde bijna 3 jaar”, aldus Jongerius. De torenspits ontbrak, er waren veel reparaties aan het belhuis, de ornamenten waren niet compleet en een deel van het raderwerk was vervangen. Wat ook vaak voorkomt bij oude klokken: er was een slinger toegevoegd en daartoe waren er veel gaten nogal grof aangebracht.”


Foto: Het binnenwerk tijdens de restauratie - foto Joost Jongerius

Dat zit zo: Christiaan Huygens vond in 1656 de slingerklok uit, waarmee klokken van een nauwkeurigheid van 15 minuten per dag, naar 15 seconden per dag gingen. “Dat scheelt nogal natuurlijk. Veel eigenaren lieten vervolgens hun klok ombouwen”, aldus Jongerius. “Dat ging niet altijd met beleid. Een klok was ook een gebruiksvoorwerp. Dat zag je ook bij deze klok. Het uurwerk en de kast waren nog origineel, maar er was flink aan verbouwd. De klant had gelukkig geduld en wilde zich permitteren om de klok van binnen en buiten weer het authentieke aangezicht en mechaniek te geven.”

In het vooronderzoek moest Jongerius alle bestaande, maar niet meer in gebruik zijnde gaten kunnen plaatsen. “Je moet helemaal ontrafelen wat waar gezeten heeft; het verhaal van de klok moet rond zijn. Gelukkig heb ik een uitgebreide documentatie en boekencollectie en vond ik voorbeelden van vergelijkbare klokken. Ook musea hebben vaak documentatie, en het klokkenwereldje is relatief klein: de lijnen met anderen zijn kort. Toen duidelijk werd hoe het moest worden, kon de restauratie beginnen.”

Zijn voorgangers in de 16e eeuw deden dat met een groep specialisten: Allemaal ambachtslieden met elk zijn of haar eigen professie zoals gieten, graveren, ciseleren enz. Restauratoren zoals Jongerius werken samen met een eigen netwerk van specialisten. Sommige handelingen zijn moeilijk uit te besteden en die gaat hij dan zelf aanleren, vaak gebruikmakend van gereedschappen en materialen van vroeger. “Om de mattering op het graveerwerk na te maken, heb ik zelf ponsjes gemaakt. En het voorbewerken van het materiaal ging met stenen, zoals ze dat in de middeleeuwen ook deden.” Het carrousel met een jachttafereel, een verhaal uit de klassieke oudheid, van Artemis en Actaeon baseerde Jongerius op andere voorbeelden. “Je kunt begrijpen dat ik daar erg veel plezier aan heb beleefd. Het was echt een prachtige klus.”


Foto: Het carrousel met een jachttafereel - foto Joost Jongerius

Jongerius werkt zowel voor particuliere verzamelaars als museale instellingen. Die verschillen nogal eens van aanpak, aldus Jongerius. “Musea willen dikwijls conserveren, de bouwsporen en de geschiedenis laten zien, en restaureren dan niet terug naar een bepaalde periode. Voor een verzamelaar – en zeker ook voor handelaars – is het veel belangrijker om een klok een authentiek aangezicht te geven. Ik kan me in beide aanpakken goed vinden. Als een handelaar een klok wil verkopen moet je een restauratie eigenlijk zo min mogelijk kunnen zien. Maar een klok van 450 jaar oud die volledig origineel is, bestaat bijna niet. Verzamelaars zijn alert op de kwaliteit van de restauratie. Een klok die goed gerestaureerd en waarin enkele onderdelen passend zijn terug gemaakt zal hierdoor niet minder waard zijn.”

Ondanks een stevig gedaalde interesse in het klassieke antiek, heeft Jongerius met zijn twee collega’s Robbert en Indy goed te werken in de klokken. “Daarbij restaureer ik samen met mijn dochter Joëlle ook nog barometers, zowel de kast als het mechaniek en het glaswerk. Dat is een prachtig ambacht en dat willen we in stand houden. Ik vermoed dat we in Nederland zo’n beetje de laatste zijn”, aldus Jongerius. “Met het aantal verzamelaars, is ook het aantal restauratoren drastisch gedaald. Voor goede klokkenmakers zal daarom altijd wel werk zijn. In Schoonhoven, waar ik ben afgestudeerd, worden er jaarlijks misschien twee nieuwe klokkenmakers afgeleverd. Het is een niche, maar het vak is nog steeds in trek. Gelukkig maar, want het mooiste aan een antieke klok is voor mij toch wanneer het uurwerk tikt.”


Foto: De klok na restauratie - foto Joost Jongerius